![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Revalidatie Download hier het volledige rapport van de CQ-index. Resultaten Kwaliteitskader Verantwoorde Zorg in JMV Cliëntgebonden indicatoren Onderzoek Cliënt & Kwaliteit juni 2007 (als onderdeel van het Bronzen keurmerk):
Decubitus *** Aan het voorkomen van decubitus wordt binnen RRR veel aandacht besteed. Dit blijkt o.a. uit het feit dat wordt voldaan aan 8 van de 9 kwaliteitsindicatoren op instellingsniveau die door de Landelijke Prevalentiemeting Zorgproblemen (LPZ) worden gevraagd. Dit betekend dat aan alle voorwaarden om decubitus te voorkomen wordt voldaan. Al het verzorgende personeel wordt cyclisch getraind en geschoold en is zeer alert op het voorkomen van decubitus. De lichtste categorie (graad 1) komt relatief veel voor. Het prevalentiecijfer (27%) ligt boven het landelijke gemiddelde. De doelstelling is dat er geen decubitus in het RRR ontstaat als cliënten in het RRR zijn opgenomen. Het incidentiecijfer is dalende (momenteel 10,9 %). Voedingstoestand **** Het RRR is zich bewust van het belang van het registreren van onbedoeld afvallen. Alle cliënten worden maandelijks gewogen. Dit is vormgegeven met behulp van het verbetertraject eten en drinken van het 'zorgvoorbeter-traject', waaraan het RRR heeft deelgenomen en waarvan de resultaten in het beleid zijn vastgelegd. Wanneer cliënten onbedoeld afvallen worden er middelen en maatregelen ingezet om ondervoeding te voorkomen. In het RRR verloopt dit in samenspraak met de cliënt en worden zijn / haar wensen gerespecteerd. De voedingtoestand wordt in elk multidisciplinair overleg besproken waarbij het zorgplan indien nodig bijgesteld wordt. Cliënten vanuit een andere instelling of thuissituatie kunnen al ondervoed binnenkomen. De indicatoren moeten dus voldoende zijn om adequaat actie te kunnen ondernemen als cliënten onbedoeld afvallen. Het percentage onbedoeld afvallen is 0%. Valincidenten **** Het percentage cliënten dat te maken had met een valincident ligt met 5,5% ruim onder het landelijke gemiddelde. Gezien de grote aantallen cliënten met cognitieve problemen (specialisatie CVA) en het beleid om niet te fixeren, is het vrijwel ondenkbaar dat valincidenten zijn uit te sluiten. In 2007 is gestart met het 'zorgvoorbeter-traject' valpreventie. Medicijnincidenten **** Het RRR hecht er aan dat incidenten ook daadwerkelijk worden gemeld. De zelfredzaamheid van de cliënten wordt gestimuleerd. Dit kan tot gevolg hebben dat sommige cliënten medicijnen die aan hen zijn uitgereikt toch niet innemen. Het percentage cliënten dat te maken had met een medicijnincident ligt met 7,1% onder het landelijke gemiddelde. Psychofarmaca **** Het gebruik van psychofarmaca ligt ruim onder gemiddeld (27,4 t.o.v. 41,4%). Het beleid is erop gericht slechts kortdurend gebruik te maken van deze medicatie. Antidepressiva *** Het gebruik van antidepressiva is conform het landelijke gemiddelde (21%). Vaccinatiegraad cliënten **** In de afgelopen 5 jaar is steeds meer dan 90% van de cliënten aantoonbaar gevaccineerd. In 2007 werd 94% van de cliënten gevaccineerd. Op het moment van de LPZ-meting (42%) kon niet met voldoende zekerheid worden geconcludeerd of en waar en wanneer de nieuw binnen gekomen cliënten waren gevaccineerd. Vaccinatiegraad medewerkers *** Deze is momenteel conform het landelijke gemiddelde. Het beleid is erop gericht om alle medewerkers te vaccineren met het doel daarmee een maximale bescherming voor de cliënten te bereiken. Desondanks hebben medewerkers keuzevrijheid om zich al dan niet te laten vaccineren. Incontinentie en verblijfskatheter *** De prevalentiegraad ligt iets boven gemiddeld, de diagnostiekgraad iets daaronder. Gezien de doelgroep CVA is sprake van bezwarende omstandigheden m.b.t. de prevalentie. Relatief veel mensen komen met een verblijfskatheter uit het ziekenhuis. Het huidige percentage is daarmee met 16,4% ruim boven het gemiddelde. Het beleid is er op gericht de katheter zo spoedig mogelijk te vervangen. Probleemgedrag **** Ruim onder gemiddeld (16,4 t.o.v. 23,7%). Ook hier is sprake van een gunstig resultaat in het licht van de doelgroep CVA. Fixatie *** Alle cliënten worden zelf aangesproken op hun wensen, eventueel ondersteund door hun mantelzorg. Cliënten worden niet in hun vrijheid beperkt, wel worden er in overleg met hem maatregelen getroffen in het kader van de therapie of valpreventie. Gezien het grote aantal cliënten met CVA dat tevens een werkblad op de rolstoel heeft is het percentage in deze categorie hoog (31,5 t.o.v. 13,8%). Depressie *** De scores zijn op deze indicator gemiddeld. Gezien de doelgroep zou een hogere score in de verwachting hebben gelegen. Veiligheid wonen/verblijf Instructie tilliften: Ja Voldoende en bekwaam personeel Beschikbaarheid verpleegkundige: Ja Beschikbaarheid arts: Ja Bekwaamheid voorbehouden handelingen: Ja
|
Nieuws
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Centrum voor Reuma en Revalidatie Rotterdam |
Telefoon 010 - 278 12 78 |
site ontwerp en bouw |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||